Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Joden in Westfalen


De geschiedenis van de joden in Westfalen begint in de 11de eeuw, in de tijd van de kruistochten.

Tijdelijke joodse vestiging in het huidige Westfalen tussen 1400 en 1500.
(naar D. Aschoff)
De eerste gemeenten ontstonden in Dortmund, Munster, Minden, Osnabrück en Soest. Joodse kooplieden handelden in allerlei waren en leverden op die manier een bijdrage aan de economische bloei van de steden.

Het opbloeiende joodse leven was echter in Aschkenas – de Hebreeuwse naam voor het Duitse taalgebied – niet onomstreden. In de christelijke maatschappij van de Middeleeuwen waren de joden tweederangs burgers en hadden minder rechten. Er was nauwelijks bescherming tegen discriminatie. De joodse gemeenten werden in 1350 met een klap vernietigd, toen de joden voor de uitbraak van de pest verantwoordelijk gemaakt, verdreven en vermoord werden.

Rechteloos


Daarmee breekt ook in Westfalen de joodse vestiging af. De eeuwen tussen de pestperiode en de Dertigjarige Oorlog vormen het dieptepunt van de joodse geschiedenis in Midden-Europa als geheel. Zonder grondbezit, zonder burgerrechten, meestal slechts voor korte tijd geduld, uitbuitingsobject tussen keizer, vorsten en steden, leefden de joden bijna uitsluitend van het gevaarlijke en verachte beroep van geldschieter, en van de vee- en voddenhandel. Vrijgeleidebrieven van individuele landheren en het nut als "hofjoden" brachten sommige van hen een beperkte veiligheid.
Beroepen van de joodse en overige bevolking in Westfalen in 1907 Beroepen van de joodse en overige bevolking in Westfalen in 1907.
(naar D. Aschoff)
Op de drempel van de 19de eeuw hebben de joden deel aan twee grote utopieën – de Verlichting en de Franse Revolutie met hun streven naar algemene mensenrechten. Dit streven opende de deuren van de getto's en effende de weg naar maatschappelijke emancipatie.

In Dorsten kan een vestigingsvergunning voor joden uit 1808 aangetoond worden, maar reeds eerder moet er een joodse gemeenschap geweest zijn. Door de verkeersligging werd de stad een belangrijke handelsplaats; tot 1932 bestond er een hoofdgemeente van een synagogale regio, waar een groot aantal nabijgelegen plaatsen deel van uitmaakten.

Entree in de burgerlijke maatschappij


De joodse minderheid in Westfalen groeide tussen 1850 en 1910 - duidelijk langzamer dan de totale bevolking - met 35 procent. Ondanks verschillende terugslagen slaagden de joden er in deze periode in om in de burgerlijke maatschappij opgenomen te worden. Snelle carrières als gevolgvan economische successen en opleiding werden mogelijk en de landvlucht deed het Jodendom op het platteland inkrimpen.

Aan het begin van de 20ste eeuw geloofden vele joden – ondanks de nog aanwezige beperkingen – in Duitsland hun vaderland gevonden te hebben. Ook in Westfalen traden gemeentehervormers zoals de Soester rabbijn Lazar Levi Hellwitz op, die op een Duitstalige dienst, een gevarieerdere archictectuur bij de bouw van synagogen en andere moderniseringen aandrongen.

Het groeiende aantal zogenaamde "gemengde huwelijken" was met de hoop verbonden, in de burgerlijk-christelijke maatschappij geďntegreerd te worden. Nieuwe onrust ontstond wegens een agressief, nationaal-christelijk antisemitisme in de late 19de en vroege 20ste eeuw.

Sinds de eeuwwisseling (1900) kwamen steeds meer joodse arbeiders uit Russisch-Polen en Polen het land binnen en vormden in de Westfaalse industriesteden vaak 30-50% van de joodse bevolking.

Nationale gezindheid


De ondanks verschillende terugslagen succesvolle emancipatiegeschiedenis van de 19de en vroege 20ste eeuw had bij de meerderheid van de joodse bevolking het samenhorigheidsgevoel met Duitsland versterkt, in 't bijzonder door de actieve deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Velen geloofden nog in de jaren 30 door nationale gezindheid aan vervolging te kunnen ontkomen en er bestond bij de joden zelfs instemming met de doelen van de nationaal-socialisten.

Vernietiging en een nieuw begin


Bij de door de nazi's georganiseerde boycot van joodse ondernemingen in april 1933 kwam het in het openbaar tot ernstige gewelddadigheden. Tot aan de uitbraak van de oorlog nam de uitsluiting van de joden steeds meer toe en bereikte zijn hoogtepunt tijdens de pogromnacht van 9/10 november 1938 met de verwoesting van de meeste synagogen en vele joodse woningen en zaken.

De mogelijkheid om het land te verlaten bestond reeds lang niet meer, toen in de herfst van 1941 de massale deportaties "naar het Oosten" begonnen. Al spoedig was het geen geheim meer welk moorddadige doel de transporten naar Izbica, Lodz en Riga, Theresienstadt en Auschwitz dienden. De laatste Dorstener joden werden bijvoorbeeld in januari 1942 gedeporteerd.
Inwijding van de nieuwe synagoge in Minden/Westfalen 1958 Inwijding van de nieuwe synagoge in Minden/Westfalen 1958 – binnenopname van de feestelijke ceremonie.
Foto uit: H.Ch. Meyer 1962
60.000 Joden hadden tot de nazi-tijd in het huidige Nordrhein-Westfalen geleefd; aan het eind van de oorlog waren het nog ca. 2.500. De vraag of ze na het overleven van de concentratiekampen en de dwangarbeid of na de periode van onderduiken zouden "blijven of vertrekken", konden de meeste van hen nauwelijks beantwoorden. Ze hadden hun koffers gepakt, wilden emigreren, maar wisten niet waar naar toe. Zo legden zich vele van hen voorlopig bij de situatie neer en vormden weer gemeenten, waarvan de functie hoofdzakelijk uit sociale hulp en hulp bij de geplande emigratie (naar Israël en andere landen) bestond.
Een kindergroep van de joodse gemeente Hagen, 2003 Een kindergroep van de joodse gemeente Hagen op een feest in 2003.
Foto: joodse gemeente Hagen
Maar het ging anders: In het midden van de jaren 50 werden reeds de eerste nieuwe synagogen gebouwd. De gemeenten stonden tot in de jaren 80 voor het gevaar om uit te sterven; pas door de immigratie uit de nieuw ontstane staten van de opgeheven Sovjet-Unie ontstond voor de Duitse en Westfaalse gemeenten een nieuw blijvend perspectief. Nieuwe en grotere synagogen en gemeentecentra ontstaan ondere andere in Recklinghausen, Bochum en Herford. Er is - ondanks sommige integratieproblemen en spanningen - weer jeugd- en cultuurwerk in de gemeenten.

Verhalen uit de Regio


Boer en joodse geldschieter (houtsnede, 1531)

Twee joodse handelaren (gravure, ca. 1450)

Gebouw van de Marks-Haindorf-Stichting

Portret van de rabbijn Abraham Sutro

De slager Hermann Perlstein met zijn gezellen

Cosmann Cohen

Jakob Loewenberg als jonge leraar

Portret van Benno Jacob

"Vaarwel"-annonce van de familie Meyer-Wolff 1880

Portretfoto van Jeanette Wolff

De verwoeste synagoge van Ahlen 1938

Een dicht beschreven briefkaart die in 1939 vanuit het kamp Zbaszyn geschreven werd

Titel van de sportpagina van de CV-krant d.d. 30 juni 1938

Feestelijke optocht op 1 mei 1933 in Ahlen/Westfalen

Jongeren op "Gut Winkel"