Joodse cultuur in het Hebreeuws

Joods Leven in Europa buiten de grote steden

Logo EU-kaderprogramma voor cultuur "Cultuur 2000"
Beeldmerk van het Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe
Westfalen
Groningen
Lublin

contact contact |  tijdbalk tijdbalk |  woordenlijst woordenlijst |  literatuur literatuur |  links links | Filmdocumenten van het project film | Geluidsdocumenten van het projectgeluid |  help help |  Duitse pagina D  |  Nederlandse pagina NL  |  Poolse pagina PL  | 

  U bent hier: Home


Rechtspositie en beroepsuitoefening


De juridische en sociale positie van de Europese joden was al naar gelang het machtsgebied waarin ze leefden, vaak zeer verschillend.

De Jodeneed, houtsnede uit 1509 De Jodeneed, reproductie van een houtsnede uit 1509.
Illustratie: Joods Museum Westfalen
Deze positie hing van speciale regelingen af, die hen soms meer soms minder rechten gaven, maar in veel gevallen toch hun vrijheden beperkten. Daardoor waren joden in Europa vaak burgers met minder rechten.

De jodenwetgevingen baseerden op het idee dat het bij de joden om een afgebakende, door religieuze en culturele en later ook door op ras baserende kenmerken te onderscheiden bevolkingsgroep ging. Om die reden moest deze groep aan een eigen recht worden onderworpen. De bijzondere rechten en plichten versterkten ook de tendens dat de joden in Europa een sociale positie hadden die van de christelijke maatschappij moest worden onderscheiden. Vaak leefden ze afgescheiden van de overige bevolking, soms in getto’s Deze term opzoeken in het glossarium. Dat betekende echter geen volledige afgrenzing. Contacten tussen joden en christenen kwamen op vele verschillende manieren tot stand.

Beperkingen


De joden oefenden meestal ook andere beroepen uit. Ze waren daartoe door juridische beperkingen gedwongen of ze verrichtten werkzaamheden die voor christenen verboden waren. Zo leefden vele joden in de Middeleeuwen als geldschieter, hetgeen voor christenen verboden was. Daardoor hadden deze de joden weliswaar nodig, maar ze verweten hen tegelijkertijd woeker – een cliché waarmee de joden tot in de moderne tijd opgezadeld zijn. Andere branches waren vooral de vee- en voddenhandel, respectievelijk de handel in het algemeen.

Freuchen Gans was op het eind van de 16de en in het begin van de 17de eeuw een koopvrouw uit Westfalen die door een groot doorzettingsvermogen opviel en die haar rechten ook tegen christelijke opponenten kon doorzetten. Hoe moeilijk dit vaak was, toont het geval van de koopman Jacob Kaufman en zijn gijzeling op slot Lembeck in 1602. De familie Meijer uit Bedum, een kleine stad in de buurt van Groningen en de familie Perlstein uit Dorsten waren succesvolle veehandelfamilies; hun bezigheden werden voorgesteld. In de moderne tijd vormden in het bijzonder de industrie en het bankwezen de branches waarin vele joden werk vonden.

Lees ook de volgende verhalen


Verhalen over het thema "Rechtspositie en beroepsuitoefening"


Boer en joodse geldschieter (houtsnede, 1531)

Twee joodse handelaren (gravure, ca. 1450)

Titelblad van het in 1804 gepubliceerde boek van B. Becker over roversbenden

Gebouw van de Marks-Haindorf-Stichting

De waterput aan de Szeroka-straat

Portret van de rabbijn Abraham Sutro

Gezicht op de Kleermakers-straat

De slager Hermann Perlstein met zijn gezellen

Levy Ali Cohen, 1862

Cosmann Cohen

Verbanning van de joden uit Praag in 1745

Jozef Meijer

Aquarel voorstellende een uitdragerij, circa 1888

"Vaarwel"-annonce van de familie Meyer-Wolff 1880

Portretfoto van Jeanette Wolff

Een dicht beschreven briefkaart die in 1939 vanuit het kamp Zbaszyn geschreven werd

Verbodsbord voor joden om een park te betreden

Jongeren op "Gut Winkel"

Panorama van de joodse buurt in Lublin